Onderzoek naar de waardering van gelijkwaardigheidsbeslissingen op de arbeidsmarkt

Context

Wie met een buitenlands diploma wil werken in Vlaanderen of Brussel kan een aanvraag indienen bij NARIC-Vlaanderen om dat diploma te laten erkennen. De werkgevers zijn onrechtstreeks (via de sollicitant) de belangrijkste “afnemers” van deze gelijkwaardigheidsbeslissingen.  In de publieke sector is een erkend diploma vaak een voorwaarde om deel te kunnen nemen aan selectieprocedures. Voor wie met een niet-Europees diploma in België een gereglementeerd beroep wil uitoefenen, zoals dat van verpleegkundige of arts, is een erkend diploma zelfs een wettelijke vereiste. In de private sector dienen zich sollicitanten aan met en zonder erkende buitenlandse diploma’s. We hebben weinig zicht op hoe onze gelijkwaardigheidsbeslissingen door de private werkgevers gewaardeerd worden.

Om meer duidelijkheid te krijgen over de waarde en waardering van de gelijkwaardigheidsbeslissingen door de (private) werkgevers, liet NARIC-Vlaanderen in 2019 een studie uitvoeren door het onderzoeksinstituut HIVA.

HIVA bevroeg zowel werkgevers als aanvragers van diploma-erkenning. Dat onderzoeksrapport is nu beschikbaar.

Wat leren we uit dit rapport?

Op de belangrijkste vragen biedt het onderzoek geen eenduidige antwoorden. Wel zijn er aandachtspunten geformuleerd. NARIC-Vlaanderen gaat na hoe het op de beste manier gevolg kan geven aan de aanbevelingen van het onderzoek.

  • De groep van werkgevers in de private sector is erg divers en zowel de verwachtingen naar diploma-erkenning toe als de waardering van de erkenningsbeslissingen liggen ver uiteen. Bovendien is het aantal bevraagde werkgevers te beperkt om van tendensen te kunnen spreken en conclusies te kunnen trekken naar fundamentele wijzigingen van de werking van NARIC. 
    • HIVA stelt dat verder onderzoek nodig is om sluitende uitspraken te kunnen doen.
    • NARIC is vragende partij om met werkgevers verder aan tafel te zitten en verder in dialoog te treden om zo goed als mogelijk in te spelen op hun behoeften.  
  • Werkgevers zijn onvoldoende op de hoogte van de betekenis van diploma-erkenning en NARIC moet inzetten op communicatie over het erkenningsbeleid. NARIC-Vlaanderen bekijkt graag met werkgevers(organisaties) hoe ze hen het best kunnen bereiken.
    • Heel wat werkgevers bleken het verschil tussen de twee bestaande erkenningsprocedures (niveau- en specifieke gelijkwaardigheid) niet te kennen. Het is ook onduidelijk wat er door NARIC onderzocht wordt met het oog op een gelijkwaardigheid. Zo weet men bijvoorbeeld niet dat de authenticiteit van een diploma ook wordt onderzocht.
    • NARIC-Vlaanderen wil graag met werkgevers(organisaties) bekijken hoe we hen het best kunnen bereiken.
  • Aanvragers blijken niet altijd goed op de hoogte te zijn van de verschillende procedures.
    • De evaluatie van de huidige oriënterings- en doorverwijzingspraktijken is een aandachtspunt.
    • Een goede screening en oriëntering van aanvragers is noodzakelijk. NARIC-Vlaanderen werkt aan een gebruiksvriendelijke, online aanvraagmodule die hier een antwoord op zal bieden.
    • De aanbevelingen overstijgen echter het niveau van NARIC en  gaan ook over de organisaties die zorgen voor oriëntering en doorverwijzing.
  • De doorlooptijd van het traject van diploma-erkenning tot beroepsuitoefening moet korter.
    • Voor nieuwkomers is diploma-erkenning slechts een eerste stap naar toegang tot de arbeidsmarkt, hierna volgen er vaak nog verschillende stappen (bij andere instanties), afhankelijk van in welke sector men aan de slag wil. Het volledige traject kan heel wat tijd in beslag nemen. Hoe dit dan concreet korter kan, moet bekeken worden met alle betrokken partijen, op de verschillende niveaus. NARIC-Vlaanderen is vragende partij voor dergelijk overleg.

Lees het volledige rapport pdf bestandDe gepercipieerde waarde van diploma-erkenning op de arbeidsmarkt (1009 kB)